Kenmerken

 

De Nederlandse zorgpraktijk snakt naar een beter zorgconcept voor mensen met dementie. Wij ontdekten dat modellen die op dit moment als waardevol worden beschouwd, vrijwel allemaal goed aansluiten op de methode van de Oostenrijkse professor Erwin Böhm. Maar Böhm gaat een stap verder: hij biedt een helder kader waarin de zorgverlener, in elk individueel geval, kan bepalen welke actie past bij de behoefte van een cliënt of bewoner. De tijd is rijp om deze methode in Nederland te introduceren. De voordelen zijn groot:
  • Het is een complete methode, met een opleiding, theoretisch model, methodisch zorgproces en kwaliteitsbewaking door certificering van professionals en instellingen.
  • Het kan gebruikt worden met diverse huidige ontwikkelingen in Nederland.
  • Het draagt aantoonbaar bij aan 'een tevreden dag' voor mensen met dementie.
  • Het houdt mensen veel langer actief, vaak tot de allerlaatste weken van hun leven.
  • Het helpt opvallend gedrag bij mensen met dementie voorkomen, begrijpen en behandelen (zonder medicijnen of vrijheidsbeperking).
  • Het verlaagt stress bij zorgverleners en vergroot hun arbeidstevredenheid.
  • Het is een kostenefficiënt model.

Beginselen van het model

Alles wat de mens in diens eerste 25 à 30 jaren aan vormende indrukken meemaakt, wint in de ouderdom (weer) aan belang. Oude herinneringen komen weer tot leven. Oudere mensen denken, voelen en handelen gaandeweg hun proces van cognitief verval steeds meer conform de vorming in die oude tijd. Cognitie maakt plaats voor emotie.
  • Biografische kennis is daarom noodzakelijk voor zorg op maat. We schrijven een psycho-biografie, waarin vooral de geschiedenis van het gevoelsleven in beeld komt. Chronologische data en feiten zijn minder van belang.
  • 'Copings' uit de biografie zijn van belang: hoe heeft de mens geleerd met veranderde situaties, problemen of tegenslagen om te gaan, hoe reageert hij/zij daarop.
  • Het werken met herkenbare elementen uit de tijd van vormende indrukken ('Prägungen') en het werken met 'copings' van mensen is een absolute voorwaarde om bij een verhuizing naar een verpleegtehuis te voorkomen dat mensen snel achteruit gaan.
  • Het doel is werken aan fysieke, maar vooral ook geestelijke zelfstandigheid (emancipatie) van ouderen. Het voorkomt hospitalisering. De methode is daarom ook breder toepasbaar dan alleen bij dementie.
  • Opvallende ouderdomsverschijnselen als vergeetachtigheid, verwarring, waanvoorstellingen, agressie en depressie zijn in alle stadia van dementie beïnvloedbaar. Wij zien dementie dus niet als een lineair proces van achteruitgang.
  • De factoren 'tijd' en ‘omgeving’ wordt anders benaderd. Verplegers en cliënten dienen zich in een verpleegsituatie in dezelfde normaliteit te bevinden, anders kan er niet worden gecommuniceerd. Dit betekent praktisch, dat verpleegkundigen zich begeven in de tijd en normaliteit waarin de cliënt zich bevindt en niet wordt getracht om het andersom af te dwingen.

Normaliteitsprincipe

Böhm gaat ervan uit dat ieder mens, gevormd door zijn opvoeding, cultuur en ervaringen een persoonlijke levensstijl ontwikkelt, van waaruit hij of zij zich een beeld vormt over wat 'normaal omgaan met elkaar en normaal handelen' is. Mensen vallen in stadia van dementie volgens Böhm terug in hun eigen 'normaliteit' van vroeger (doorgaans uit de eerste 25 à 30 levensjaren). De mens in dementie kan zich niet meer in onze normaliteit verplaatsen, dus moeten wij ons in zijn of haar normaliteit begeven en meebewegen in hun niveau.
 

Bereikbaarheidsniveaus of 'interactieniveaus'

Ouder worden gaat vaak gepaard met achteruitgang. Een mens die door deze achteruitgang getroffen wordt vervalt dan psychisch in een 'omgekeerde ontwikkeling'. Deze ontwikkeling is volgens Böhm te onderscheiden in niveaus, die worden aangeduid als 'bereikbaarheidsniveaus' of 'interactieniveaus'. Böhm onderscheidt in zijn model 7 interactieniveaus. Door precies te meten in welke fase de mens zich bevindt zijn we beter in staat om de mens te begrijpen, met hem of haar te communiceren, verdere achteruitgang tegen te gaan en reactiverend te kunnen stimuleren.

 

↑ Terug naar de top

Methodisch werken

Bijna elke zorginstelling doet op de één of andere manier “iets” aan belevingsgerichte zorg. En daarmee is ook meteen het grootste probleem duidelijk: het ontbreken van een bewezen methodiek. Om de wens naar een zorg die aansluit bij de belevingswereld en persoonlijke behoefte van de cliënt te kunnen realiseren, is er een bewezen methodiek nodig die eenvoudig is uit te leggen, die kwaliteit waarborgt en die vooral leuk is om te doen. Leuk voor cliënt én medewerker omdat ze beiden merken dat ze er beter van worden. Die weer ruimte geeft voor professionaliteit en persoonlijke betrokkenheid.

In een selecte groep van zo’n 140 zorginstellingen in Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Luxemburg en nu ook in Nederland, wordt al tientallen jaren gewerkt volgens de methode van de psychobiografische zorg volgens prof. Böhm. Hier leiden mensen met dementie een zinvol en menswaardig leven. De methode is in Duitsland en Oostenrijk uitgebreid onderzocht en beschreven. De Oostenrijkse overheid heeft de methode en het werk van Böhm na deze validatie beloond met een hoge onderscheidingen van het land Wenen en de staat Oostenrijk (2008) en hebben hem in 2000 de beroepstitel Professor verleend.

De methode van Böhm werkt volgens een duidelijk proces. Door een precieze gevoelsbiografie van het verleden op te stellen, meting van interactieniveau, analyse van huidige situatie en eventuele problemen kan een methodische zorg worden onderbouwd. Op basis van die analyse wordt een individueel zorgplan opgesteld dat zich richt op verbetering van beleving en zelfredzaamheid. Resultaten worden gemeten en het zorgplan kan worden bijgesteld.

In de visie van Böhm moet elke medewerker (van tuinman tot verpleegkundige) in staat zijn om de cliënt of bewoner in zijn normaliteit tegemoet te treden. Dat stelt eisen aan opleiding en samenwerking in een team. Eén stoorzender in een team kan al een bedreiging voor de stabiliteit van een bewoner betekenen.

↑ Terug naar de top

Belevingsgerichte zorg

Wat is de beleving van een oudere? We hebben de mond vol van belevingsgerichte zorg maar hebben meestal geen flauw idee waaruit die beleving bestaat. We zijn geneigd onze eigen beleving voor de cliënt in te vullen.

Alles wat de mens in diens eerste 25 à 30 jaren aan vormende indrukken meemaakt, wint in de ouderdom (weer) aan belang. Oude herinneringen komen weer tot leven. Oudere mensen denken, voelen en handelen gaandeweg hun proces van geestelijk verval steeds meer conform de vorming in die oude tijd. Cognitie maakt plaats voor emotie. Böhm noemt dat het omkeerfenomeen.

Niet bij iedereen verloopt dit omkeerfenomeen hetzelfde. Daarom is het van belang precies te meten in welk stadium een oudere zich bevindt. Daarvoor heeft Böhm een instrument ontwikkeld: het interactieschema. Hiermee stellen we precies vast in welk interactieniveau de cliënt zich bevindt. Op dat niveau kunnen we de oudere dan tegemoet komen in communicatie. Dat niveau correspondeert aan een bepaalde leeftijdsfase uit de vroege ontwikkeling. Het is dus van belang om veel te weten over deze leeftijdsperiode: daarvoor maken we de persoonlijke biografie. Wat motiveerde de cliënt in die tijd, waaraan ontleende hij zijn eigenwaarde, wat zei zijn moeder als het bedtijd was, hoe werd er gegeten, welke taken had hij thuis?

Alleen met die informatie kun je echt belevingsgerichte zorg bieden. Een vragenlijstje bij de opname voldoet dus niet. Het verzamelen van deze biografische informatie is een voortdurend proces tijdens de gehele woonduur, opname, opvang of behandeling.

Een ruimte inrichten met “zomaar” wat oude spullen heeft dus weinig zin. Het helpt het individu niet om zich echt ergens thuis te voelen. Enkele specifieke inrichtingselementen die echt betekenis hebben voor het individu zijn belangrijker dan het omtoveren van uw afdeling in een museum over de 50-er jaren.

Tijdens de instructiecursus Böhm leren medewerkers om de informatie uit gevoelsbiografieën om te zetten in een persoonlijke benadering. Tijdens de basisopleiding leren medewerkers om per individu een zorgplan op te stellen dat de specifieke behoefte van een individu vervult. Het helpt om deze persoon te activeren en actief te houden in een zinvolle dagbesteding. Vanuit de beleving zijn we in staat mensen weer te (re)activeren en langer en zelfstandiger een zinvolle en tevreden dag te bieden.

↑ Terug naar de top

Psychobiografie

In de basisopleiding psychobiografische zorg leert u wat mensen in hun dementie beweegt, emotioneel en fysiek. Of zoals Böhm zegt: “Vóór de benen moet eerst de geest bewogen worden”. U leert om per individu een heldere analyse te maken van hun behoeften en daarop hun activiteiten, de zorg en de omgeving aan te passen. Die behoeften zijn voor een belangrijk deel gebaseerd op hun verleden, waarin hun persoonlijkheid is ontwikkeld. Vandaar dat we veel belang hechten aan het in kaart brengen van dat persoonlijke en emotionele verleden: de psycho-biografie.

Mensen met ouderdomsverwarring, dementie of verschillende andere hersenaandoeningen raken steeds meer aangewezen op de informatie die is ‘ingeprint’ op de zogeheten ‘frontale cortex’ (Prof. Dr. Erik Scherder, VU). Deze ‘imprinting’ (leenwoord uit de Ornithologie) is begonnen bij de geboorte en duurde tot het 25e , soms 30e levensjaar. Daarna is de frontale cortex als het ware “vol”. Nieuwe herinneringen worden daarna vooral opgeslagen door het verbinden van andere stukjes opgeslagen informatie in de hersenen. Die verbindingen raken als eerste beschadigd en/of verdwijnen en dat heeft geheugenproblemen als gevolg.

Böhm heeft dit ook zo ervaren en stelt daarom vast, dat de belevingsbiografie vooral van belang is voor het leven tot maximaal zo’n 25 à 30 jaren. Uitsluitend bijzonder vormende gebeurtenissen enigszins daarna (bijvoorbeeld oorlog) kunnen nog van belang zijn. Overigens, het blijkt steeds nadrukkelijker dat iemand die lichaam en geest bewust ‘getraind’ heeft in diens leven, langer gebruik kan maken van de frontale cortex. Daarmee zullen we steeds meer rekening mogen houden. De gegevens op de frontale cortex vervagen en verdwijnen uiteindelijk ook. Het tempo en de wijze waarop dit gebeurt is per individu verschillend en varieert ook per vorm van dementie. Soms blijft een selectie van actuele herinneringen toch nog lang actief. Blijven uitdagen van de resterende hersenfuncties helpt in elk geval. Maar een cliënt ontkomt er uiteindelijk (nog) niet aan, dat dementie ‘verdiept’. De herinneringen op de frontale cortex vervagen van relatief recent naar steeds langer geleden, alsof het leven zich omkeert. Böhm verdeelt dat in 7 interactie-fasen. Fase 1 is de emotioneel volwassen mens, fase 7 is de fase van oercommunicatie (zuigeling). Al vanaf fase 3 is een gedetailleerde kennis van het verleden, zoals de cliënt dat heeft beleefd, een voorwaarde om goede zorg te kunnen verlenen.

In de basisopleiding leren medewerkers om deze informatie te verzamelen en waardenvrij te noteren in de psychobiografie. Dit document groeit tijdens het verloop van tijd en vormt de bron voor onze analyse van de behoeften en normaliteit van de cliënt. Wat moeten wij bieden zodat de cliënt zich letterlijk thuis voelt. Ook bij opvallend gedrag is de psychobiografie een belangrijke bron om, in combinatie met de andere Böhm instrumenten het gedrag te helpen verklaren.

↑ Terug naar de top

Böhm past bij

De methode Böhm verhoudt zich uitstekend tot andere toegepaste modellen zoals “validation”, “dementia care mapping”, “het maeutisch model”, “nieuwe hersenkunde” of “belevingsgerichte zorg”. U kunt veel uit deze modellen blijven toepassen. De methode Böhm zal verzorgers beter in staat stellen om te bepalen wélke interventie of activiteit passend is om uw cliënt te ondersteunen in zijn persoonlijke behoefte. Alleen “ontzorgen” is een model dat (behalve in de allerlaatste levensfase) tegen de principes van Böhm in gaat.

Erwin Böhm heeft diverse wetenschappers achter deze modellen persoonlijk gekend of ontmoet. Elementen van hun modellen zijn dan ook in zijn methodiek terug te vinden. Naomi Feil’s ideeën bieden een belangrijk inzicht: de cliënt heeft zijn eigen waarheid, alleen in die waarheid kun je de cliënt tegemoet treden. Alleen door zijn waarheid te accepteren kun je contact maken en een gevoel aanspreken dat een uitweg biedt. Tom Kitwoods DCM is bij herhaling gebruikt om de werkzaamheid van de methode Böhm aan te tonen en wordt in enkele vooraanstaande Duitse en Oostenrijkse klinieken samen met de Böhm methodiek toegepast. Inzichten van Cora van der Kooij en Anneke van de Plaats over interactie en omgeving sluiten goed aan bij de methode Böhm. Wat Böhm aan al deze modellen toevoegt is een methodische analyse en een helder handelings- en evaluatiekader waarin het individu centraal staat. Het is de logische volgende stap in professionalisering van de ouderenzorg. Het is daarom ook belangrijk dat de basisopleiding inmiddels is geaccrediteerd door de beroepsvereniging V&VN.

↑ Terug naar de top